Hoe gedeeltelijk arbeidsongeschikten de weg terug naar werk vinden
Door de redactie van Verbeteronderzoek
Jaarlijks krijgen tienduizenden Nederlanders te maken met langdurige ziekte of een ongeval dat hun vermogen om te werken beperkt. Een groot deel van deze groep is niet volledig arbeidsongeschikt, maar kan het oude werk niet meer in dezelfde omvang uitvoeren. Het UWV beoordeelt na twee jaar ziekte of iemand in aanmerking komt voor een WIA-uitkering en welk aandeel van het oorspronkelijke verdienvermogen resteert. Voor velen begint dan een onzekere periode waarin werkhervatting het doel is, maar de weg ernaartoe allerminst helder.
Binnen het Re-integratie Verbeteronderzoek is specifiek aandacht besteed aan de positie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten op de arbeidsmarkt. Het onderzoek naar de werkomgeving heeft inzichten opgeleverd die relevant zijn voor werkgevers, professionals in de re-integratiesector en beleidsmakers.
De kloof tussen beleid en beleving
Het Nederlandse stelsel is vormgegeven vanuit het uitgangspunt dat gedeeltelijk arbeidsongeschikten zoveel mogelijk hun resterende verdiencapaciteit benutten. Dat klinkt logisch en redelijk, maar het onderzoek laat zien dat de beleving van betrokkenen vaak sterk afwijkt van de beleidsmatige uitgangspunten. Mensen die net een langdurig ziekteproces achter de rug hebben, ervaren de stap naar werk als een grote sprong. De onzekerheid over het eigen lichaam, de angst voor terugval en de complexiteit van de regelgeving werken samen als drempels die moeilijk te slechten zijn.
Daarnaast bleek uit de interviews die binnen het programma zijn afgenomen dat veel gedeeltelijk arbeidsongeschikten worstelen met het verschil tussen wat zij volgens de verzekeringsarts nog kunnen en wat zij zelf ervaren als hun mogelijkheden. Die discrepantie leidt regelmatig tot frustratie en een gevoel van niet-begrepen worden, wat de motivatie om te werken kan ondermijnen.
De werkgever als sleutelfiguur
Een van de kernbevindingen uit het onderzoek is dat de houding en inzet van de werkgever een doorslaggevende factor is bij succesvolle werkhervatting. Werkgevers die bereid zijn om taken aan te passen, flexibele werktijden aan te bieden of tijdelijk een lichtere functie te creeren, zien significant betere uitkomsten dan werkgevers die vasthouden aan het oorspronkelijke functieprofiel.
Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat veel werkgevers worstelen met de vraag hoe zij gedeeltelijk arbeidsongeschikten het beste kunnen ondersteunen. Het ontbreekt hen vaak aan kennis over de mogelijkheden die wet- en regelgeving biedt, zoals loonkostensubsidies, proefplaatsingen en no-riskpolissen. Er is behoefte aan toegankelijke, praktische informatie die werkgevers in staat stelt om weloverwogen beslissingen te nemen. Ook de samenwerking in de re-integratieketen speelt hierbij een bepalende rol.
Chronische vermoeidheid en kanker als casestudies
Twee specifieke deelprojecten van het Verbeteronderzoek richtten zich op werkhervatting bij chronische vermoeidheid en bij kanker. Beide aandoeningen kenmerken zich door een onvoorspelbaar verloop en een grote variatie in belastbaarheid. De onderzoekers die aan deze projecten werkten tonen aan dat een gestandaardiseerde aanpak voor deze groepen tekortschiet. Wat nodig is, is een individueel begeleidingstraject waarin de professional niet alleen kijkt naar de medische beperkingen, maar ook naar de sociale context, de motivatie en de verwachtingen van de betrokkene.
Bij werkhervatting na kanker bleek dat het moment van terugkeer naar werk cruciaal is. Te vroeg terugkeren kan leiden tot terugval, te laat terugkeren kan het contact met de werkplek en collega's zodanig doen verwateren dat de drempel onnodig hoog wordt. Het vinden van dat juiste moment vereist nauwe afstemming tussen de behandelend arts, de bedrijfsarts en de werkgever.
Implicaties voor de praktijk
De bevindingen uit het programma wijzen in de richting van een meer persoonsgerichte benadering van werkhervatting. Daarbij staan niet de beperkingen centraal, maar de mogelijkheden en wensen van de betrokkene. Professionele begeleiding speelt daarin een cruciale rol, evenals een werkgever die bereid is om mee te bewegen.
Voor de re-integratiesector betekent dit dat investering in deskundigheidsbevordering van professionals loont. Niet alleen op medisch en juridisch vlak, maar ook op het gebied van gespreksvoering, motivatie en het opbouwen van een vertrouwensrelatie met de client. Want uiteindelijk is het die relatie die het verschil maakt tussen een traject dat vastloopt en een traject dat leidt tot duurzame arbeidsparticipatie.