Ga naar inhoud
Beleid & praktijk

De energietransitie als motor voor re-integratie: kansen in de isolatiesector

Door de redactie van Verbeteronderzoek

De verduurzaming van de gebouwde omgeving creëert nieuwe arbeidskansen voor mensen die terugkeren naar de arbeidsmarkt. Werkzaamheden zoals het isoleren van daken, het aanbrengen van spouwmuurisolatie en het installeren van vloerisolatie vragen om vakmensen die nu nog schaars zijn. Voor re-integratietrajecten biedt deze sector interessante mogelijkheden, al zijn er ook uitdagingen die aandacht verdienen.

Onderzoek van CE Delft in opdracht van de Europese Commissie laat zien dat de energietransitie Europa tot 11,1 miljoen banen kan opleveren in 2030. Nederland staat daarbij op de zevende plaats, met naar verwachting 432.000 banen in productie, transport en installatie tussen 2026 en 2030. Het merendeel van die werkgelegenheid ontstaat in efficiëntiemaatregelen aan gebouwen: het isoleren van daken en muren, het vervangen van glas en het aanleggen van vloerverwarming. Dat zijn bij uitstek werkzaamheden waarvoor praktisch geschoolde vakmensen nodig zijn.

Omscholing als brug naar werk

Voor mensen die langdurig uit het arbeidsproces zijn geweest, kan de isolatiesector een toegankelijke instap bieden. De werkzaamheden zijn fysiek van aard, maar vereisen geen jarenlange vooropleiding. Diverse opleidingsinstituten en brancheorganisaties bieden korte trajecten aan waarmee werkzoekenden de basisvaardigheden kunnen verwerven. Het kabinet heeft met het Actieplan Groene en Digitale Banen ingezet op het vergroten van de instroom in technische beroepen, onder meer via omscholingsprogramma's en samenwerking met het UWV.

Toch is de praktijk weerbarstiger dan de theorie. De isolatiesector kampt momenteel met een paradox: er zijn duizenden vacatures, maar werkgevers zijn terughoudend met het aannemen van personeel. De reden ligt in de onzekerheid over toekomstige opdrachten. Volgens branchevereniging VENIN daalde de vraag naar spouwmuurisolatie in 2024 met maar liefst zeventig procent, en ook de vraag naar dakisolatie liep bij bijna de helft van de bedrijven terug.

Beleidsonzekerheid als obstakel

De terugval in de vraag hangt samen met wisselend overheidsbeleid rond subsidies, de vleermuizenproblematiek bij spouwmuurisolatie en de onzekerheid over de salderingsregeling voor zonnepanelen. Huiseigenaren stellen verduurzaming uit omdat zij niet weten waar zij aan toe zijn. Voor isolatiebedrijven betekent dat onzekerheid over de orderstroom, waardoor zij geen langetermijncommitments durven aan te gaan met nieuwe medewerkers.

Die situatie heeft directe gevolgen voor de mogelijkheden om re-integratiekandidaten te plaatsen. Werkgevers die niet weten of zij over drie maanden nog voldoende werk hebben, zullen niet snel investeren in het inwerken van iemand die een afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dat is jammer, want juist de combinatie van arbeidskrapte en de behoefte aan praktisch geschoolde vakmensen zou een uitgelezen kans moeten zijn voor duurzame arbeidsparticipatie.

Het Nationaal Isolatieprogramma

Tegelijkertijd zijn de ambities van de overheid onverminderd groot. Het Nationaal Isolatieprogramma heeft als doel om tot en met 2030 2,5 miljoen woningen te isoleren, met een budget van ruim vier miljard euro. De nadruk ligt op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen met energielabel E, F of G. Inmiddels hebben 340 van de 342 Nederlandse gemeenten een aanvraag gedaan voor de lokale aanpak, goed voor meer dan 490.000 woningen.

De uitdaging is om de kloof te dichten tussen de beleidsambities en de dagelijkse realiteit van isolatiebedrijven. Wanneer de vraag stabiliseert en werkgevers weer vertrouwen krijgen in de orderstroom, ontstaat er ruimte om structureel te investeren in personeel. Op dat moment kunnen omscholingstrajecten en samenwerkingsverbanden tussen gemeenten, UWV en de isolatiebranche hun vruchten afwerpen.

Lessen voor re-integratiebeleid

De casus van de isolatiesector illustreert een breder vraagstuk voor re-integratiebeleid. Het is niet voldoende om te constateren dat er in een bepaalde sector vraag is naar arbeidskrachten. De stabiliteit van die vraag, de bereidheid van werkgevers om te investeren in begeleiding en de aansluiting tussen vaardigheden van werkzoekenden en de eisen van het werk zijn minstens zo belangrijk. Onderzoek naar deze factoren, zoals uitgevoerd binnen het Re-integratie Verbeteronderzoek, helpt bij het ontwikkelen van effectieve interventies.

Voor de isolatiesector geldt dat de langetermijnvooruitzichten gunstig zijn. De klimaatdoelstellingen vereisen een enorme verduurzamingsoperatie in de gebouwde omgeving. Wanneer de beleidsmatige randvoorwaarden op orde komen, zal de vraag naar isolatiewerkzaamheden onvermijdelijk toenemen. Re-integratietrajecten die nu investeren in het opbouwen van relaties met de sector en het ontwikkelen van passende scholingstrajecten, kunnen dan profiteren van de groeiende werkgelegenheid. De energietransitie biedt reële kansen voor arbeidsparticipatie, mits de onzekerheden worden weggenomen die nu zowel werkgevers als werkzoekenden parten spelen.