RVO

Fit or unfit: naar expliciete theorieën over re-integratiedienstverlening

Onderzoeksteam: Dr. C. C.A.M. Sol (HSI/UvA), Dr. A.C. Glebbeek (Soc.Inst/RUG), Drs. A.J.E. Edzes (CAB), Dr F.H. Tros (HSI/UvA)

Het doel van dit project is te komen tot een aantal gefundeerde en beleidsrelevante re-integratietheorieën. Daarbij staan niet in de eerste plaats academische theorieën voor ogen die in tijdschriften of academische uitgaven zijn opgeschreven, minstens zo belangrijk zijn de praktijktheorieën, de theories-in-use, van de (medewerkers van) re-integratiebedrijven die dagelijks de beslissingen nemen over de inzet van re-integratiemiddelen. Praktijktheorieën en academische theorieën vormen samen de beleidstheorieën waarop ieder beleid (expliciet of impliciet) is gebaseerd. De verhouding tussen beide bronnen verschilt van geval tot geval, maar vormt niet de belangrijkste kwestie. Belangrijk is dat beide soorten theorieën tezamen worden gebracht in een steeds verfijnder en doeltreffender systeem van kennis.

Theorieën van re-integratiedienstverlening zijn schaars, toetsing op basis van theorieën vindt amper plaats. Tot dusver is het onderzoek vooral gericht op effectiviteit. Daardoor ontbreekt het veelal aan kennis over waarom re-integratiedienstverlening al dan niet effectief is. Dit onderzoek probeert in die theorieleemte te voorzien, door gebruik te maken van praktijktheorieën, zoals die gebruikt worden door de professionals in hun dagelijkse beslissingen over in te zetten re-integratie-instrumenten. Het project bestaat uit de ontwikkeling van een methodiek om te komen tot inhoudelijk relevante en hanteerbare classificaties en de toetsing daarvan aan de hand van een 1000-tal cases. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van een dubbele professionele leerstrategie: (a) systematische gevalsevaluatie: waarom was de re-integratie wel of niet succesvol? (b) cumulatie van ervaringen: welke patronen vallen in de gevalsevaluaties te ontdekken en hoe kunnen deze verwerkt worden in een steeds verfijndere theorie? Dit onderzoek levert een instrument voor de organisatie van het zelflerende vermogen van de professionele re-integratiepraktijk van re-integratiebedrijven

C.C.A.M. Sol, A.C. Glebbeek, A.J.E. Edzes, H. de Bok, I. Busschers, J.S. Engelsman, C.E.R. Nysten, ‘Fit or unfit’ Naar expliciete re-integratie theorieën., RVO 5, Amsterdam: 2011, ISSN (online): 2211-2510.

Els Sol over de Wet werken naar vermogen
Zwakke punten in Wet werken naar vermogen. In: Zeggenschap, 23e jrg maart 2012 p.44-46.
Er wordt veel gezegd over re-integratie van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar er is nooit goed onderzocht wanneer re-integratie nut heeft. Onderzoekers van de universiteiten van Amsterdam en Groningen hebben dat nu wel gedaan. Wat blijkt? De strategie die het kabinet met de Wet werken nar vermogen hanteert is riskant. Els Sol legt uit waarom: Zwakke punten in Wet werken naar vermogen

De storm nadert en het dak lekt: bezuinigingen en invoering wwnv bedreigen ons sociale zekerheidsstelsel
De huidige Wet Werken naar Vermogen betekent niet alleen onheil voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, maar ook voor gemeenten. Ze moeten straks meer mensen helpen met minder geld. De nationale overheid moet daarom redelijk zijn, voor het te laat is. Arjen Edzes en Jouke van Dijk: ‘Je kunt gemeenten niet verantwoordelijk maken voor de gevolgen van wereldwijde macroeconomisch ontwikkelingen’.De storm nadert en het dak lekt: bezuinigingen en invoering wwnv bedreigen ons sociale zekerheidsstelsel